Voor goed markttoezicht is consistent overheidsbeleid nodig. Zo moet in het toezichtbeleid speciale aandacht bestaan voor de onafhankelijkheid van toezicht, de relatie tussen toezicht en beleid, de politieke en maatschappelijke verwachtingen en de transparantie van toezicht.
Dit heeft het ‘Markttoezichthoudersberaad’ geschreven aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Aan het Markttoezichthoudersberaad wordt deelgenomen door de Autoriteit Financiële Markten (AFM), het College bescherming persoonsgegevens (CBP), de Consumentenautoriteit, de Nederlandsche Bank (DNB), de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Onafhankelijke Post- en Telecommunicatieautoriteit (OPTA).
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vroeg om een gezamenlijke inbreng van de markttoezichthouders voor de nieuwe Kaderstellende Visie op Toezicht. In het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst heeft het kabinet aangekondigd dat de Kaderstellende Visie op Toezicht (KVoT), die dateert van 2005, wordt herijkt. Het is de eerste keer dat het Markttoezichthoudersberaad een gezamenlijke visie bekendmaakt. “Markttoezicht is missiegedreven toezicht”, aldus de notitie Effectief Markttoezicht. “De beoogde effecten van het toezicht staan centraal. Missiegedreven markttoezicht omvat veel meer dan alleen de strikte toepassing van bevoegdheden bij het uitvoeren en handhaven van bepaalde wettelijke regels. Van geval tot geval wordt bepaald welk instrument het meest effectief is om het gewenste doel te bereiken.”
Markttoezicht dient volgens het Markttoezichthoudersberaad los te staan van de politieke waan van de dag en van sectorale belangen. “Inmenging van de politiek is onwenselijk en vaak vanuit Europees recht bezien niet toegestaan.” Tegelijkertijd pleit het beraad voor rechtstreekse contacten tussen parlement en toezichthouder, zodat de toezichthouder de Tweede Kamer kan informeren. “Voor onafhankelijkheid is het bijvoorbeeld van belang dat de toezichthouder voldoende en op de langere termijn stabiel budget heeft om zijn bevoegdheden uit te oefenen en verantwoordelijkheden na te kunnen komen.” De markttoezichthouders bevelen aan de aansprakelijkheid bij een bona fide uitoefening van het toezicht te beperken.
Het Markttoezichthoudersberaad streeft naar een “betere borging van een continue dialoog tussen toezichthouder en beleidsmakers over de effectiviteit, de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van voorgenomen regelgeving in de praktijk. Het moge duidelijk zijn dat voor een goede werkrelatie tussen markttoezichthouder en moederdepartement een voortdurende, gestructureerde en open dialoog nodig is, waarin het oplossen van problemen in de markt centraal staat.”
Volgens de markttoezichthouders moet wel erkend worden dat een risicoloze samenleving niet bestaat. “Het markttoezicht kan binnen de budgettaire kaders een deel van de risico’s voorkomen, maar kent ook beperkingen.” Zij zien voor zichzelf een eigen verantwoordelijkheid om te bevorderen dat bij anderen een reëel verwachtingspatroon bestaat. “Een goede toezichthouder legt uit waarom zij toezicht houdt en maakt de keuzes in het toezicht inzichtelijk.” De markttoezichthouders constateren dat de samenleving vraagt om openheid, maar dat zij daaraan door wettelijke beperkingen niet altijd kunnen voldoen. Daarom zouden de bestaande transparantiebepalingen moeten worden heroverwogen. “Maatwerk door de wetgever en de toezichthouder is hier de sleutel. Wat voor de ene markttoezichthouder wenselijke transparantie is, hoeft dat niet te zijn voor de andere markttoezichthouder.”
De maatschappelijke belangen van effectief toezicht – bijvoorbeeld op de zakelijk telecommarkt – lijkt een bijrol te spelen in de kaderstellende visie. Bedrijven hebben alleen zeer indirect invloed op het beleid en de regelgeving van OPTA. Het resultaat daarvan is dat er na meer dan 20 jaar liberalisering nog steeds sprake is van een zeer beperkt concurrerende markt. Het zou zeker OPTA sieren, wanneer zij op zoek zouden gaan naar een betere – continue en gestructureerde – communicatie met die marktpartij waar ze uiteindelijk voor in het leven geroepen zijn: de (zakelijke) consument.
bron: Connexie